KaMOShiwijzer bij Leon

Leon wordt wakker van het zonlicht in de kamer. Ook bij Mama en Mamsie lijkt het alsof alle lampen branden. Ze hebben zich verslapen. Elektrische wekkers werken niet als Reus Gommaar geen stroom geeft. Zijn wieken zijn stilgevallen. Leon en Mamsie gaan op onderzoek in hun huis. De lampen branden niet. De radio, tv, deurbel en verwarming werken ook niet. Gelukkig kunnen ze voor het ontbijt eitjes koken op het gasvuur. De deurbel gaat! Er is terug elektriciteit. Het is oma met een cadeautje: een wekker die geen elektriciteit nodig heeft.

Thema: elektriciteit in ons dagelijks leven, zorgzaam omgaan met energie

Subthema’s: opstaan/ ontbijten, energieverspilling, leven zonder elektriciteit

Mogelijke aanleidingen om dit verhaal te vertellen

  • De elektriciteit is uitgevallen in de school, in de buurt, thuis,… .
  • Winter: het wordt vlugger donker en kouder. Je hebt elektriciteit/ energie nodig om te verlichten en te verwarmen.
  • Er blijft geregeld licht branden in de klas, op de gang, … De deur van de klas blijft openstaan met de verwarming aan.
  • Je neemt deel aan Dikketruiendag (eerste helft februari).
  • Je wil aandacht geven aan de Wereld Energie Dag (WED). Deze dag valt jaarlijks op 22 oktober. 

Ontwikkelingsdoelen kleuteronderwijs

Wetenschappen en techniek 

  • Techniek : Kerncomponenten van techniek: 2.1 de kleuters kunnen van technische systemen die ze zelf vaak gebruiken, aangeven of ze gemaakt zijn van metaal, steen, hout, glas, papier, textiel of kunststof.
  • Techniek : Kerncomponenten van techniek: 2.2 de kleuters kunnen van een eenvoudig technisch systeem uit hun omgeving aantonen dat verschillende onderdelen ervan in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit: 2.9 de kleuters tonen een experimentele en explorerende aanpak om meer te weten te komen over techniek.
  • Techniek : Techniek en samenleving: 2.10 de kleuters kunnen aangeven dat een technisch systeem dat ze gebruiken nuttig, gevaarlijk en/of schadelijk kan zijn.

Mens en maatschappij

  • Mens: Ik en mezelf: 1.2 de kleuters kunnen in een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij zij betrokken waren in dialoog met een volwassene, beschrijven en vertellen hoe zij zich daarbij voelden.
  • Mens: Ik en de anderen: in groep: 1.10 de kleuters kunnen in concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
  • Maatschappij: Sociaal-culturele verschijnselen: 2.3 de kleuters kunnen verschillende gezinsvormen herkennen.
  • Tijd: 3.1 de kleuters kunnen de begrippen vandaag, dag, nacht in hun juiste betekenis gebruiken.
  • Tijd: 3.2 de kleuters kunnen een beperkt aantal vaste gebeurtenissen in het verloop van hun dag in een juiste volgorde aangeven.

Nederlands

  • Nederlands luisteren: 1.2 de kleuters kunnen voor hen bestemde vragen in concrete situaties begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.3 de kleuters kunnen een mondelinge, voor hen bestemde boodschap, ondersteund door beeld en/of geluid, begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.5 de kleuters kunnen een beluisterd verhaal, bestemd voor hun leeftijdsgroep, begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.6 de kleuters kunnen de bereidheid vertonen om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in een boodschap.
  • Nederlands spreken: 2.1 de kleuters kunnen een voor hen bestemde mededeling en/of verhaal zo (her)formuleren, dat de inhoud ervan herkenbaar overkomt.
  • Nederlands spreken: 2.2 de kleuters kunnen spreken over ervaringen of gebeurtenissen uit de eigen omgeving of over wat ze van anderen vernamen.
  • Nederlands spreken: 2.10 de kleuters kunnen zich inleven in duidelijk herkenbare rollen en situaties en vanuit eigen verbeelding/beleving hierop inspelen.

MOS-kerndoelen bij dit verhaal

hart

Voelen: inleven

  • Zich kunnen inleven in de ervaringen en gevoelens van Leon.
  • Zich bewust zijn van eigen gedrag i.v.m. gebruik van elektriciteit en energieverspilling.
hoofd met hersenen

Denken: onderzoeken

  • Onderscheid kunnen maken tussen spullen die wel of niet elektriciteit verbruiken.
  • Enkele eigenschappen van elektriciteit/energie kunnen omschrijven (functie, vindplaats, hoe het werkt,…)
  • Weten hoe en wanneer je elektriciteit/energie verspilt en  kan besparen.
hand

Doen: actievoeren met kinderen

  • Samen actie kunnen voeren om minder elektriciteit/energie te verspillen.
  • Zorgzaam omgaan met elektriciteit/energie.

 

 

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's)

SDG 4 - kwaliteitsonderwijs ‘4.7 Er tegen 2030 voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen….’
SDG 7 - betaalbare en duurzame energie ‘7. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen’
SDG 12 - verantwoorde consumptie en productie

‘Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen.’

‘12.8  Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur.’

Overzicht van de prenten + bijhorende sleutelvragen

Prent 0 – titel + cover

Leon kijkt uit het raam

 

 

 

 

Prent 1 – Leon schrikt wakker

Leon schrikt wakker

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie weet wat een wekker is?  Wat doet een wekker? 
  • Wie heeft thuis een wekker(radio)? Waar staat die dan? 
  • Waarvoor dienen de (oranje) cijfers  op een wekker? 
  • Waar zijn ze in het verhaal naartoe?  Laat de kinderen hier gerust over fantaseren.

Prent 2 – Het licht gaat niet aan of uit

Het licht gaat niet aan of uit

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komt het dat Mamsie met de  toverknop de lamp aan en uit kan  toveren? 
  • Hoe komt het dat de lamp brandt als je op de lichtknop drukt?

Mogelijke activiteiten bij deze prent

  • Elektriciteitsleidingen liggen (hopelijk) niet onbeschermd op het plafond en de muur, maar zijn er in weggewerkt. Dat maakt elektriciteit/stroom, zeker voor kleine kinderen, zeer abstract. Om het aanschouwelijker te maken kan je de werking van een (nacht)lamp met schakelaar demonstreren. Hierbij kan je met de leerlingen een gesprek hebben over de functie van lampen (= kunstlicht). Belangrijk ook is om de werking van een stopcontact op hun niveau toe te lichten. Vergeet hierbij zeker het veiligheidsaspect niet.

Prent 3 –  Naar Mamie en Mamsie

Naar Mamie en Mamsie

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komt het dat het licht is in de  slaapkamers van Leon, Mama en  Mamsie, en de lampen niet branden?  Wat zou er aan de hand zijn? 
  • Wie weet wat snurken is? Wanneer snurk je? Tijdens je slaap, als je met de mond open slaapt.
  • Snurk je zelf ook wel eens? Je mama of papa? Hoe klinkt dat?  Hier kan je de kinderen het snurken laten nabootsen.

Prent 4 – De elektriciteit is uitgevallen

De elektriciteit is uitgevallen

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie is Reus Gommaar?  Zie ook het kaMOShibai-verhaal ‘Reus Gommaar is boos’. Wat doet een windmolen juist? 
  • Leg hier op een eenvoudige manier (bv. met een tekening) de link tussen de wieken die wind vangen, de omzetting van deze energie naar elektriciteit, en de lamp die hierdoor brandt.

Mogelijke activiteiten bij deze prent

  • Gebruik het verhaal om rond klankbewustzijn bij de kleuters te werken. ‘Elektriciteit’ is een zeer moeilijk uit te spreken (nieuw) woord voor hen, dat mits oefening kan worden aangeleerd.
  • Meer informatie over klankbewustzijn bij kleuters vind je op www.klasse.be

Prent 5 – Werkt alles dan op elektriciteit?

Werkt alles dan op elektriciteit?

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komt het dat deze voorwerpen  werken zonder elektriciteit?  Omzetting van menselijke (spier)kracht naar energie. 
  • En wat met een zaklamp/tablet? Principe van (oplaadbare) batterij  (= opgeslagen elektriciteit).

Mogelijke activiteiten bij deze prent

  • ACTIE! We gaan zoals Leon op ontdekkingstocht! We speuren naar wat er in onze klas (en school) op elektriciteit werkt.
  • FACULTATIEF: We speuren naar de elektriciteitsmeter in de school. Spannend! Waartoe dienen toch al die cijfertjes op de meter? 
  • Daarna gaan we op zoek naar voorwerpen die geen elektriciteit nodig hebben (bv. (opwind)autootje, bal, tol, …).

Prent 6 – Zonder verwarming helpt een dikke trui

Zonder verwarming helpt een dikke trui

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat vind jij van een dikke trui? Wanneer doe je die aan? 
  • Hoe komt het dat je het warm krijgt van een dikke trui?
  • Van welk materiaal wordt een trui gemaakt, denk je? Wie maakt die dan?

Prent 7 –  Trappelen om zich te verwarmen

Trappelen om zich te verwarmen

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Op welke manier kan Leon zich nog verwarmen? (bv. onder een dekentje kruipen, knuffelen, …) 
  • Wie heeft ook al eens gezweet?  Hoe kwam dat? Hoe voelde dat?
  • Waarom zweten we? Om het lichaam af te koelen.
  • Wat wordt bedoeld met ‘Leon zijn energie raakt op’?

Prent 8 – Eitjes kan je koken op gas

Eitjes kan je koken op gas

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Als kippen niet op elektriciteit werken, waar halen ze dan hun energie vandaan om te scharrelen en eitjes te leggen? 
  • Waar komt het gas uit het gasvuur  vandaan?  Uit Terra, de aarde (= fossiele brandstof).

Prent 9 – Er is terug elektriciteit!

Er is terug elektriciteit!

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie lust er ook graag eitjes? Bruine of witte? Smaken die verschillend of  hetzelfde?
  • Wat vind je ervan dat Mamsie de  lamp uitdoet om geen elektriciteit te  verspillen? Waarom vind je dat?
  • Verspillen we ook wel eens energie?  Is dat goed of willen we dat liever anders? Hoe dan?

Mogelijke activiteiten bij deze prent

  • ACTIE! We maken een plan om samen minder energie te verspillen. We kijken wat beter kan in de klas (en de school). Energiekapiteintjes kijken er (met een beurtrol) op toe dat er geen lampen branden als het niet nodig is, de deuren dicht zijn, elektrische apparaten niet onnodig lang aanstaan, …

TIP: De energiekapiteintjes kunnen uiteraard ook een andere naam krijgen. De naamgeving gebeurt best door de kinderen. Dit verhoogt de betrokkenheid bij de actie.
 

Prent 10 – Een oude wekker van oma

Een oude wekker van oma.
Mogelijke activiteiten bij deze prent
  • Koop (voorafgaand aan het voorlezen van het verhaal) een opwindbare wekker in de  kringwinkel. Vergelijk deze met een elektrische wekker, een smartphone, …  Wat zijn de verschillen? Voordelen? Nadelen? Je kan de wekker in de klas gebruiken  om bv. bepaalde activiteiten (speeltijd, …) aan te kondigen.

De prenten waarnemen

De personages in het verhaal

  • Leon: alle prenten.
  • Mamie en Mamsie: prent 3, 4, 7, 8, 9, 10.
  • Oma: prent 10.
  • Reus Gommaar: prent 4.

Gevoelens

  • Prent 1: Leon schrikt wakker, is bang , in de war.
  • Prent 2: Leon is beetje teleurgesteld dat hij niet kan toveren.
  • Prent 5: Leon gaat graag op ontdekkingstocht. Leon heeft het koud.
  • Prent 6: Leon heeft het lekker warm. Hij gloeit.
  • Prent 7: Leon heeft het terug koud. Hij krijgt het heel erg warm en zweet. Leon krijgt honger. Voelt zich slap (zijn energie raakt op).
  • Prent 9: Leon is blij, opgelucht. Hij geniet van het ontbijt en voelt zijn energie terugkomen.
  • Prent 10: oma is benieuwd. Leon is fier bij het gidsen. Oma is er niet gerust in. Iedereen is blij met de wekker.

Hulpmiddelen voor onderzoek

  • Prent 1 en 2: waar vinden we in de klas en de school nog stopcontacten en schakelaars?
  • Prent 1 en 3: waarvoor gebruiken Leon, Mamsie en Mamie elektriciteit op hun slaapkamer? Is dat bij jou ook zo? 
  • Prent 4: kunnen we meer te weten komen over Reus Gommaar? (zie ander verhaal ‘Reus Gommaar is boos’).
  • Prent 6: hoe draag je een grote trui? is een grote trui altijd warmer? Is een grote trui altijd een dikke trui?
  • Prent 7 en 8: wat kan je doen zonder elektriciteit? 

Gedetailleerd waarnemen

  • Prent 4: hoe heten de kippen? Waar zorgen ze voor? 
  • Prent 7: wat ligt er in het mandje op de eettafel? 
  • Prent 8 en 9: wat eten ze bij het ontbijt? Eet je dat ook soms?

Vergelijkend waarnemen

  • Prent 4: welke gelijkenissen/ verschillen zie je tussen de kledij van Leon en Reus Gommaar? Wie heeft er ook zo’n pyjama?
  • Prent 5 en 9: waarvoor gebruiken ze elektriciteit in de keuken? Is dat jullie thuis ook zo?

Woordenschat en uitdrukkingen in het verhaal

Algemeen
benieuwd/ de slaap uit de ogen wrijven/ een schitterend idee/ er niet gerust in zijn/ floepen/ gidsen/ goochelen/ gordijnen/ hollen/ je weet maar nooit/ kippenvel/ meteen/ nachtkastje/ ontdekkingstocht/ op ontdekking gaan/ overeind staan/ slaapkoppen/ slaperig / snurken/ speuren/ steil omhoog / ter plaatse trappelen/ tevoorschijn/ van de zolder halen/ verslapen/ voor geen meter bewegen/ voorhoofd/ zijn honger is snel gestild/ zweet.


Energie / elektriciteit
de elektriciteit is uitgevallen/ een lucifer aanstrijken/ elektriciteitspanne/ gloeien/ het gasvuur aansteken/ kookvuur/ lucifer/ plafondlamp/ toverknop/ verspilling/ verwarming/ wekker/ wieken draaien/ zijn energie raakt op.

De inleving versterken

hart

Naspelen van het verhaal

Aan de hand van kringgesprekken ervaringen en gevoelens uitwisselen

Uitwisselen van ervaringen met elektriciteit/ elektrische apparaten in de eigen leefwereld

Wat zou er gebeuren als?

 

Naspelen van het verhaal 

  • Laat de kinderen zich inleven in de personages en situaties van het verhaal.
  • Misschien kan je samen het verhaal echt naspelen: slapen, wakker worden, elkaar wakker maken, jezelf opwarmen, een eitje koken als ontbijt, of het verschil ervaren tussen wakker worden zonder wekker, met een elektrische wekker, met een wekker op batterij, met een oude mechanische wekker die je moet opwinden,…
  • Laat de kinderen het verhaal verder uitwerken, bv. wat doe je nog bij opstaan en ontbijten, slapengaan? Gebruik je daarbij elektriciteit? Wat gebeurt er met de wekker van oma?

 

Aan de hand van kringgesprekken ervaringen en gevoelens uitwisselen

  • Al eens meegemaakt dat elektriciteit uitviel? Zonder licht, zonder verwarming,… 
  • Donker en licht, gevoelens
  • Wakker worden, snurken, overslapen, de wekker niet gehoord, ontbijten, wekkers en klokken
  • Gevoelens bij warm hebben/krijgen door dikke trui, dekentje, knuffelen, bewegen, …
  • Mama, Mamsie, oma: met wie woon je samen, welke namen gebruik je? 

 

Uitwisselen van ervaringen met elektriciteit/ elektrische apparaten in de eigen leefwereld

  • Wie weet hoe je het licht aandoet/ uitdoet? Gaat dit soms vanzelf?
  • Heb je thuis dingen die energie of elektriciteit nodig hebben om te werken? In keuken, de badkamer, slaapkamer, bureau, garage, buiten, …
  • Wie gebruikt een elektrische tandenborstel? Nachtlampje?
  • Ervaringen met tablet, elektrische fiets, fietskar, auto, speelgoed,…? 

 

Wat zou er gebeuren als?

  • Laat de kinderen zich inleven in situaties die verbonden zijn met het verhaal:  wat zou er gebeuren als je niet op tijd wakker bent? Is dat in het weekend ook zo? Wat zou er gebeuren als er even geen elektriciteit is? 
  • Wat zou er gebeuren als er niet veel elektriciteit beschikbaar is? Wat zou je dan doen als het donker is?
  • Wat zou er gebeuren als er een hele dag of langer geen elektriciteit is?

Het denken, waarnemen en onderzoeken stimuleren

hoofd met hersenen

Opstellen van een thematafel/ techniektafel

Inventariseren wat werkt op elektriciteit thuis en op school

Globaal waarnemen van elektriciteit/ energie in de leefomgeving

Eerste kennismaking met het begrip ‘energie’

Eerste kennismaking met de begrippen ‘elektriciteit’ en ‘stroom’

Waarnemen van batterijen

Dieper ingaan op de globale waarneming

Participatie door de kinderen, (groot)ouders en anderen

Voor wie nog meer wil

 

Opstellen van een thematafel/ techniektafel
Zorg voor een goede variatie. Vul aan of doe weg naargelang de belangstelling van de kinderen:

  • Allerhande kinderwekkers, een zaklamp, een (bureau)lamp, een powerbank en gsm-lader, een tablet of computer, een wereldbol die je kan verlichten, een stofzuiger, …
  • Allerlei materialen en apparaten die al of niet elektriciteit nodig hebben om te werken.
  • Speelgoed op batterijen en vergelijkbaar speelgoed waarbij geen elektriciteit of batterijen nodig zijn.
  • Variatie in knoppen, snoeren, schakelaars, kleine apparaten,…
  • Zorg voor enkele ontdekdozen om te experimenteren, bv. om lampjes te laten branden met een batterij, bv. in een mini-kerstboom, om wind te gebruiken/te maken zodat een lampje gaat branden, … 
  • Afbeeldingen bv. uit reclamefolders, foto’s, prentenboeken
  • Voorzie een onderzoeksboekje om de vaststellingen te noteren of te tekenen.

 

Inventariseren wat werkt op elektriciteit thuis en op school 

  • Op school: schoolbel, computer, speelgoed,…
  • Thuis: lamp, tv, tablet, gsm, stofzuiger, koffiezet, radio, klok, broodrooster, afwasmachine, droogkast, cd-speler, haardroger, elektrische tandenborstel, speelgoed, wafelijzer, warmwaterkoker, deurbel, elektrische fiets, elektrische auto, … 
  • Orden deze opsomming bij prent 1 - slaapkamer van Leon, bij prent 5 of 8 - keuken, enz. 
  • Laat kinderen de apparaten/ toestellen tekenen. Gebruik afbeeldingen uit folders,… Stel een fotoboekje samen voor op de thematafel of de boekenhoek. 

 

Globaal waarnemen van elektriciteit/ energie in de leefomgeving

  • Start een brainstorming en maak samen met de kinderen een mindmap over elektriciteit in hun leefwereld: in de klas, op school, op straat, thuis,…
  • Start de verkenning in de klas: hoeveel apparaten in de klas hebben elektriciteit nodig? Tel, teken,…
  • Ga samen op zoek naar elektrische apparaten, stopcontacten, schakelaars, lampen met schakelaars of die vanzelf aan en uitgaan, eventueel leidingen die op de muur liggen, een elektriciteitsmeter, een zekeringenkast, batterijen, een verlengsnoer,…
  • Laat aan de hand van concrete situaties het inschakelen en gebruiken van elektriciteit ervaren. 
  • Bespreek het nut, de kracht en het gevaar van elektriciteit.
  • Organiseer een waarneming van een verlengsnoer met en zonder schakelaar.
  • Misschien kan je iets verwarmen/ bakken/ koken op gas, elektriciteit? 
  • Visualiseer een stroomcircuit en leg uit en toon hoe het werkt: stopcontact, snoer met schakelaar, lamp,…
  • Laat kinderen op een eenvoudig grondplan van het klaslokaal enkele plaatsen aanstippen waar elektriciteit te vinden is. Of laat ze tekenen waar elektrische apparaten staan en waar ze elektriciteit krijgen.

 

Eerste kennismaking met het begrip ‘energie’
Wees zeer alert voor de vragen van kinderen. Geef hen veel kansen om situaties in verband met energie te ontdekken, beter te begrijpen en zelf te verwoorden:

  • Laat de kinderen ontdekken dat je energie nodig hebt om iets te laten werken.
  • Je hebt energie nodig om te groeien, te bewegen, rond de tafel te lopen, ter plaatse te trappelen,… 
  • Je lichaam haalt energie uit gezonde voeding.
  • Ook dieren hebben energie/ voeding nodig om te groeien. Planten en bomen krijgen energie van goede aarde en van mest, van de stralen van de zon,…
  • Machines, apparaten en toestellen hebben ook energie nodig om te werken. Dat kan door ze op te winden, er aan te draaien, er op te duwen, met pedalen te trappen, … . Bij voorbeeld: sommige grasmachines kan je duwen. Andere grasmachines werken op elektriciteit of op brandstof (benzine). Vergelijk de voor- en de nadelen.

 

Eerste kennismaking met de begrippen ‘elektriciteit’ en ‘stroom’
Wees ook hier zeer alert voor de vragen van kinderen. Doe dit niet alleen tijdens de verwerking van dit verhaal of tijdens de uitwerking van een thema. Geef hen veel kansen doorheen het jaar om te begrijpen wat elektriciteit is. Bespreek ook de voor-en de nadelen:

  • Elektriciteit is energie die door een draad of een elektrische kabel gaat. Bij voorbeeld van een stopcontact naar een lamp. Een ander woord voor ‘elektriciteit’ is het woord ‘stroom’. 
  • Stroom kan gemaakt worden door verbranding van brandstoffen zoals diesel, benzine, steenkool of gas. Deze (grijze) stroom zorgt voor ‘vieze wolken’. Zie KaMOShibai-verhaal ‘Terra’. 
  • Stroom kan ook opgewekt worden door kerncentrales. Kerncentrales zorgen ook vieze wolken, maar vooral voor zeer gevaarlijk en moeilijk te verwerken kernafval. 
  • Groene stroom is stroom van windmolens, water of zonnepanelen. Groene stroom wordt opgewekt zonder vieze wolken en zonder afval. Groene stroom kan je blijven opwekken als er zon of wind is. Voor windmolens, zie KaMOShibai-verhaal ’Reus Gommaar is boos’. 

 

Waarnemen van batterijen

  • Zorg voor een goed gevarieerde verzameling van enkele batterijen. Geef de kinderen kansen om enkele eigenschappen te ontdekken: verschil in grootte, plus- en minkant, sterkte…  Gebruik bv. speelgoed of een tweedehands ‘electrospel’ om aan te tonen hoe een batterij werkt. Som samen met de kinderen op waarin batterijen zitten. Maak onderscheid tussen batterijen die vastzitten en andere die je kan vervangen. Er zijn batterijen die je kan opladen en er zijn ‘wegwerpbatterijen’ die je niet kan opladen. Heb je al eens een oplader voor batterijen gezien? Bespreek de voor- en nadelen. Batterijen zijn handig als er geen stopcontact is. Je kan de rijkdommen van de natuur sparen door minder batterijen te gebruiken. Gezelschapspelen en speelgoed zonder batterijen zijn ook fijn om samen te spelen!
  • Leg uit dat in een batterij een beetje elektriciteit opgeslagen is. Ze zijn niet zo gevaarlijk omdat er ‘zwakke stroom’ in een batterij zit. Zwakstroom is elektriciteit met lage spanning (tot 24 Volt). Elektriciteit in stopcontacten en dikke kabels is zeer gevaarlijk,…
  • Je moet voorzichtig omgaan met batterijen (niet in mond steken,  niet laten rondslingeren,…) want ze zijn zeer giftig. 
  • Als ze leeg zijn, zit er geen elektriciteit meer in. Ze worden dan verzameld in een doosje of in een ton en gaan naar het recyclagepark. Ze worden gebruikt om nieuwe batterijen te maken.
  • In een elektrische fiets, een elektrische grasmachine, een elektrische auto, … zitten grote batterijen. Die stoten geen vieze wolken uit.

 

Dieper ingaan op de globale waarneming 

  • Gerichter waarnemen van stopcontacten, schakelaars en knopjes. Zorg voor voldoende variatie in waar te nemen voorwerpen: drukknop, allerhande schakelaars, touwtje, lampjes met schakelaar…Maak afspraken i.v.m. gebruik, veiligheid en voorzichtigheid (veiligheidsopvoeding)
  • Intenser waarnemen van wekkers, een klok, een horloge. Zoek wekkers op de prenten van het verhaal. Ga samen op zoek naar wekkers, klokken,… in de klas/ school. Vul aan met zelf mee gebrachte wekkers. Zorg voor variatie op het gebied van energie die nodig is om de wekker te laten werken. Vergelijk de uiterlijke verschillen en overeenkomsten. Verken eigenschappen. Waarvoor dient een wekker? Waarvoor dienen de cijfers? Hoe werkt een wekker? Met of zonder elektriciteit? Batterij? Opwinden? 
  • Vergelijkend waarnemen van een zaklamp en een (bureau)lamp. Daag kinderen uit om een bureaulamp waar te nemen en de werking ervan (met stekker, draad, schakelaar, ledlamp of andere) uit te leggen aan de andere kinderen van de klas. Verduidelijk hoe een eenvoudig stroomcircuit werkt. Doe hetzelfde met een zaklamp op batterijen.. Merk het verschil op tussen gewone en oplaadbare batterijen. Demonstreer een zaklamp om op te winden. Laat de kinderen verschillen en overeenkomsten ontdekken.

 

Participatie door de kinderen, (groot)ouders en anderen

  • Bij de verwerking van dit verhaal is het extra belangrijk om stil te staan bij en verder in te gaan op de vragen van de kinderen. Hun betrokkenheid  bepaalt op welke aspecten je verder kan ingaan.
  • Werk samen met ouders en grootouders om een reeks voorbeelden te verzamelen en te demonstreren waarbij wel energie maar geen elektriciteit nodig is. Enkele voorbeelden: een wekker of klok om op te winden, fruit persen, mayonaise maken, zelf de was doen, koffie malen met oude koffiemolen, licht maken met kaarsen, een grasmachine om te duwen,… Gebruik de voorbeelden om aan te tonen dat de meeste dingen nu ook elektrisch kunnen. De mensen vonden allerhande apparaten uit om klusjes gemakkelijker en zonder eigen energie te kunnen doen. Daag de kinderen uit om ook apparaten uit te vinden en zelf te knutselen.
  • Nodig (groot)ouders met een beroep of hobby verwant met elektriciteit (elektricien, licht- en apparatenwinkel, elektrische modeltreintjes, kerstverlichting, sfeerverlichting, decor en belichting van theatergezelschap,…) uit om samen te werken. Bezoek een winkel of organisatie in de buurt.

 

Voor wie nog meer wil 

  • KaMOShibai-verhaal Reus Gommaar is boos. Hier gaat het meer over de vraag waar elektriciteit vandaan komt, hoe elektriciteit opgewekt wordt.
  • Op Klascement kan je ook de oudere MOS-bundel in verband met energie raadplegen. Voor kleuters en kinderen van de eerste graad is er een gelijkaardig verhaal ‘Leon en de ikkietikkietijd’.
  • Een memory over energie kan je vinden op volgende link https://leefmilieu.brussels/sites/default/files/user_files/memory-recto.pdf 
  • Op Technotheek.be kan je het kamishibai-verhaal ‘Stef wordt electricien’ vinden.

Acties om samen met de kinderen uit te voeren

hand

Elkaar helpen om zuiniger met elektriciteit om te gaan

Organiseren van een toonmoment voor ouders, grootouders, andere klassen,…

Organiseren van een energiearme/ ‘electriciteitsarme’ dag met klas of school als opstap naar een duurzaam energiebeleid

Participatie van de kinderen en omgeving

 

Elkaar helpen om zuiniger met elektriciteit om te gaan

  • Organiseer een kringgesprek over hoe kinderen thuis en in de klas zorgzaam omgaan met elektriciteit: laat hen tips geven die ze al gehoord hebben en die ze zelf uitvinden: niet te veel licht aandoen, licht uitdoen als je niet in de kamer bent, deuren goed toedoen, de zon binnenlaten en de gordijnen open- en dichtdoen naargelang het nodig is, een dikke trui aantrekken en de verwarming wat lager zetten, niet te veel warm water gebruiken bv. om te douchen, nieuwe ledlampen gebruiken in de plaats van oude lampen, sluimerverbruik vermijden, …
  • Voorbeelden waarbij wel energie maar geen elektriciteit nodig is (zie participatie bij ‘denken, waarnemen en onderzoeken’), kunnen misschien ook inspiratie bieden voor acties, bv. een opwindwekker gebruiken om het opruimen aan te kondigen.
  • Kies samen met de kinderen de belangrijkste tips die ze voor een overeen te komen periode willen toepassen in de klas. Als je vooraf voor jezelf observeerde hoe ze met elektriciteit omgaan in de klas, kan je hen daarmee confronteren. Maak afspraken. Laat de kinderen de afspraken tekenen. Hang de tekeningen op de plaatsen waar de afspraken toegepast worden. Stimuleer de kinderen om elkaar te helpen. Baseer je op de tekeningen van de kinderen om pictogrammen bij de afspraken te maken.
  • Bespreek regelmatig de resultaten. Laat de kinderen als energiekapiteins het opvolgen van de afspraken bijhouden in een tabel: goed opgevolgd / kan beter. Bedenk eventueel een andere naam voor de ‘energie-kapiteins’.

 

Organiseren van een toonmoment voor ouders, grootouders, andere klassen,… 

  • Laat enkele kinderen het verhaal van Leon uitbeelden.
  • Help de kinderen om wat te vertellen bij enkele dingen van de thematafel. Zorg dat ze bv. een stroomcircuit kunnen demonstreren.
  • Exposeer de uitvindingen en het beeldend werk van de kinderen. Laat ze er een toelichting bij geven.
  • Ondersteun de kinderen om enkele afspraken en tekeningen i.vm. energieverspilling te verduidelijken. Laat hen uitleggen hoe ze dit in de klas opvolgen. Doe een oproep om ook thuis of in andere klassen met afspraken energieverspilling tegen te gaan. Geef een kopie van de pictogrammen die je in de klas gebruikt aan wie die dit wil. 
  • Bezorg ouders een themabundeltje zodat ze kunnen zien hoe je het in de klas hebt aangepakt.

 

Organiseren van een energiearme/ ‘electriciteitsarme’ dag met klas of school als opstap naar een duurzaam energiebeleid

  • Ga na waarvoor je in de klas elektriciteit gebruikt en wat je kan doen zonder elektriciteit.
  • Breng andere klassen en ouders ervan op de hoogte dat je tijdens een hele of halve dag zo weinig mogelijk elektriciteit gaat gebruiken. Laat kinderen uitleggen waarom je dit doet. 
  • Vraag aan ouders om een dikke trui, …en een petje, een muts of ander hoofdeksel mee te geven.
  • Zet de verwarming wat lager. Gebruik een oude schoolbel. Zing samen i.p.v. muziek te beluisteren. Gebruik geen verlichting en ook geen computer. Zet het speelgoed met batterijen op de kast nadat kinderen hebben kunnen vaststellen dat deze niet werken zonder batterijen. Zorg voor gezelligheid, een rijk spel- en bewegingsaanbod binnen en buiten, verhaaltjes en veel variatie. Ook voor een kamishibai-verhaal heb je geen elektriciteit nodig. Zie je het zelf ook zitten om een dag je gsm of tablet niet te gebruiken? 
  • Bespreek met de kinderen wat ze ervan vinden en wat ze eruit leren. Stel een koffertje samen met voorwerpen en tips om te ‘overleven’ met de klasgroep, als op een dag de elektriciteit echt uitvalt.
  • Bespreek samen met de kinderen hoe dikwijls jullie dit willen herhalen zodat het niet blijft bij een éénmalig initiatief.
  • Zie ook MOS-actiefiche ‘Energiekje trekt de stekker uit’.

 

Participatie van de kinderen en omgeving

  • Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf beslissen welke actie de voorkeur krijgt en wat ze op het toonmoment willen doen.
  • Geef kinderen de ruimte en ondersteuning om zelf acties voor te stellen en vol te houden bv. inzamelen van batterijen.
  • Werk samen met collega’s en directie om de schoolomgeving volledig kindveilig en duurzaam te maken. Zorg voor stopcontacten en verlengsnoeren die geen enkel gevaar voor kinderen inhouden. Vervang defecte lampen door led-verlichting.  Vraag naar verlichting met een sensor in de gangen en op de speelplaats. Stimuleer het plaatsen van zonnepanelen. Meet en verminder het energiegebruik. Maak gebruik van een doorvoerstekker of energiemeter om te meten hoeveel een apparaat verbruikt, een verlengsnoer met schakelaar, een thermometer, tochtstrips, een douchetimer, enz.
  • Doe mee aan acties van de gemeente en van verenigingen om bewuster om te gaan met energie en elektriciteit in de schoolomgeving.